Meteen naar de inhoud

Block: Mediawijsheid – Cyberpesten

Wat houdt dit block in?

Dit block gaat over mediawijsheid en richt zich specifiek op cyberpesten. Kinderen groeien op in een digitale samenleving waarin zij via sociale media, games, video’s, chatfuncties en andere online platforms veel contact hebben met anderen. Deze digitale communicatie biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Eén van deze risico’s is cyberpesten. Cyberpesten is pestgedrag dat online plaatsvindt, bijvoorbeeld via berichten, groepsapps, games, sociale media of anonieme accounts. Het kan gaan om buitensluiten, nare berichten sturen, roddels verspreiden, iemand belachelijk maken, foto’s delen zonder toestemming of iemand online bedreigen.

Binnen dit block heb ik een onderwijsactiviteit ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd waarin leerlingen leren wat cyberpesten is, hoe het kan ontstaan, hoe zij het kunnen herkennen en wat zij kunnen doen wanneer zij zelf of iemand anders online wordt gepest. De les sluit aan bij de leefwereld van leerlingen uit groep 4 en 5, omdat zij steeds meer in aanraking komen met digitale communicatie, bijvoorbeeld via spelletjes, filmpjes, chatgesprekken en mobiele apparaten binnen hun omgeving.

Toepassing in de praktijk

De onderwijsactiviteit is uitgevoerd op CBS het Anker in groep 4 en 5. De groep bestond uit 26 leerlingen. De activiteit viel binnen het vakgebied mediawijsheid en sociaal-emotioneel leren. De les vond plaats op 31 maart 2024.

De les startte met een introductie van het thema cyberpesten. Hierbij werd een korte video gebruikt waarin voorbeelden van cyberpesten werden getoond. Door deze visuele start konden de leerlingen herkennen wat online pesten kan zijn en werd hun voorkennis geactiveerd. Daarna vond er een klassikaal gesprek plaats over de betekenis van cyberpesten. De leerlingen bespraken wat cyberpesten inhoudt, welke vormen het kan aannemen en welke gevolgen het kan hebben voor iemand die gepest wordt.

In de kern van de les werkten de leerlingen in kleine groepen aan verschillende scenario’s rond digitale pestsituaties. Zij bespraken met elkaar wat er gebeurde, waarom dit vervelend of schadelijk kon zijn en welke oplossing passend zou zijn. Hierbij leerden zij dat je bij cyberpesten niet moet meedoen, hulp moet vragen, bewijsmateriaal kunt bewaren en een volwassene kunt inschakelen. Ook leerden zij dat online gedrag gevolgen heeft voor anderen en dat je verantwoordelijk bent voor wat je digitaal zegt, deelt of doorstuurt.

De doelgroep bestond uit leerlingen van groep 4 en 5. De leerlingen hadden al enige ervaring met digitale communicatie, bijvoorbeeld via online games, filmpjes of chatfuncties. Tegelijkertijd hadden zij nog weinig gestructureerde kennis over cyberpesten en de gevolgen daarvan. De leerdoelen waren daarom concreet en passend bij hun leeftijd. Aan het einde van de les konden de leerlingen uitleggen wat online pesten is, eenvoudige voorbeelden herkennen, benoemen wat vervelend gedrag online kan zijn, in kleine groepjes een pestsituatie bespreken en aangeven wat zij kunnen doen wanneer iemand online wordt gepest.

Mijn persoonlijke leerdoel was om de les zo te structureren dat deze aansloot bij de belevingswereld van groep 4 en 5. Daarbij wilde ik leerlingen actief laten deelnemen aan gesprekken en hen eenvoudige oplossingen laten bedenken. Ook wilde ik mijn vaardigheid versterken in het begeleiden van jonge leerlingen bij sociaal-emotionele en digitale thema’s.

ICT-Bekwaamheidseisen

A3. Je gaat veilig om met digitale systemen, data en de privacy van jezelf en anderen. Deze bekwaamheidseis past bij dit block, omdat cyberpesten direct raakt aan veilig en verantwoordelijk online gedrag. In de les leerden leerlingen dat zij zorgvuldig moeten omgaan met digitale berichten, foto’s, persoonlijke informatie en reacties op anderen. Zij leerden dat je niet zomaar informatie of beelden van iemand mag delen en dat online gedrag gevolgen heeft voor de privacy en veiligheid van anderen.

A4. Je maakt weloverwogen keuzes bij het gebruik van digitale technologie en digitale media. Deze bekwaamheidseis sluit aan, omdat leerlingen tijdens de les nadachten over keuzes die zij online kunnen maken. Zij bespraken bijvoorbeeld wat je wel en niet moet doen wanneer iemand online wordt gepest. Door de scenario’s leerden zij bewuster kiezen hoe zij reageren in digitale situaties, bijvoorbeeld door niet mee te doen, niet door te sturen, iemand te steunen of hulp te vragen.

A5. Je ontwerpt zelfstandig betekenisvol onderwijs gericht op digitale geletterdheid voor je klas, voert dit uit en evalueert dit. Deze bekwaamheidseis is duidelijk zichtbaar in dit block, omdat ik zelfstandig een les mediawijsheid heb ontworpen en uitgevoerd. De les had een betekenisvol onderwerp dat aansloot bij de leefwereld van de leerlingen. Door het gebruik van een video, klassengesprek en groepsscenario’s werkten de leerlingen gericht aan digitale geletterdheid. Na afloop kon ik reflecteren op de uitvoering, de betrokkenheid van de leerlingen en de mate waarin de doelen waren behaald.

A9. Je bent bewust van en onderzoekend in hoe digitale technologie, digitale media en samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden. Deze bekwaamheidseis past bij het onderwerp cyberpesten, omdat leerlingen leerden dat digitale media invloed hebben op de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Online communicatie kan positief zijn, maar kan ook leiden tot buitensluiten, misverstanden of pestgedrag. In de les onderzochten de leerlingen hoe digitaal gedrag gevolgen kan hebben voor gevoelens, relaties en de sfeer in de groep.

A11. Je past je kennis over mediaontwikkeling toe ten behoeve van het pedagogisch handelen in de klas en zet deze in je rol als gesprekspartner met opvoeders en professionals. Deze bekwaamheidseis sluit aan, omdat cyberpesten niet alleen een digitaal onderwerp is, maar ook een pedagogisch thema. Als leerkracht moet je weten hoe kinderen media gebruiken en welke risico’s daarbij horen. In deze les heb ik mediawijsheid verbonden met sociaal-emotioneel leren. Daardoor kon ik leerlingen begeleiden in bewust, veilig en respectvol online gedrag.

B1. Je zet interactieve technologie in om te motiveren en te enthousiasmeren, waarbij je voorkennis kunt activeren en het geleerde kunt evalueren. Deze bekwaamheidseis is zichtbaar doordat de les begon met een korte video over cyberpesten. De video hielp om de aandacht van de leerlingen te richten, hun voorkennis te activeren en het onderwerp concreet te maken. Door daarna in gesprek te gaan over wat zij herkenden, werd de technologie niet los ingezet, maar als middel om het leren te ondersteunen.

B2. Je reflecteert op de inzet van digitale technologische leermiddelen en de meerwaarde daarvan voor het leerproces. Deze bekwaamheidseis past bij dit block, omdat ik heb nagedacht over de meerwaarde van de gebruikte video en digitale ondersteuning. De video maakte het onderwerp zichtbaar en herkenbaar voor de leerlingen. Daardoor konden zij gemakkelijker voorbeelden benoemen en zich beter verplaatsen in digitale pestsituaties. De inzet van digitale middelen had dus een duidelijke didactische functie.

C1. Je communiceert op een verantwoorde en professionele wijze met behulp van digitale technologische leermiddelen. Deze bekwaamheidseis past bij de inhoud van de les, omdat verantwoord digitaal communiceren centraal stond. De leerlingen leerden dat online communicatie respectvol, veilig en zorgvuldig moet zijn. Ook werd besproken dat berichten, foto’s en reacties invloed hebben op anderen. Daarmee werd verantwoord digitaal communiceren niet alleen besproken, maar ook verbonden aan concrete situaties uit de leefwereld van de leerlingen.

D1. Je verzamelt continu inzicht in je eigen kennis, vaardigheden en houding ten aanzien van digitale geletterdheid, leren en lesgeven met ICT en de invloed van technologische ontwikkelingen in de samenleving en werkt planmatig aan uitdagingen. Deze bekwaamheidseis past bij mijn eigen professionele ontwikkeling. Door deze les te ontwerpen en uit te voeren, heb ik inzicht gekregen in mijn eigen handelen rond digitale geletterdheid en mediawijsheid. Ik heb ervaren hoe belangrijk het is om digitale thema’s concreet, veilig en leeftijds passend bespreekbaar te maken. Ook heb ik gereflecteerd op mijn rol als leerkracht bij het begeleiden van leerlingen in een digitale samenleving.

(Externe) bronnen

Marsh, J., et al. (2018). Digital literacy and citizenship in the classroom. Routledge.

Nederlands ICT & Mediawijzer.net. (2017). Veilig online omgaan met anderen: Richtlijnen voor scholen.

Stop Pesten Nu. (z.d.). Kenniscentrum online pesten / cyberpesten. Geraadpleegd van https://www.stoppestennu.nl/kenniscentrum-online-pesten-cyberpesten

Roan, Ariane en Elyn. (z.d.). Weten hoe het is om online gepest te worden.

NHL Stenden Hogeschool. (2024). Digitale Didactiek & Mediawijs – Bekwaamheidsmodel. Versie september 2024.

Bewijs van uitvoering

Als bewijs van uitvoering kan het ingevulde lesbeschrijvingsformulier worden toegevoegd. Hierin staan de stageschool, doelgroep, datum, beginsituatie, doelen, gebruikte bronnen, lesopbouw en materialen beschreven. Daarnaast kan de korte video of een verwijzing naar de gebruikte video worden toegevoegd als bewijs van het gebruikte lesmateriaal. Ook kunnen foto’s van de scenario-opdrachten, ingevulde werkbladen of aantekeningen van leerlingen worden toegevoegd. Verder kan een reflectie op de les worden gebruikt als bewijs, waarin zichtbaar wordt wat goed ging, wat leerlingen hebben geleerd en wat ik een volgende keer anders zou doen.

Feedback door medestudenten

Medestudenten gaven aan dat het onderwerp cyberpesten goed aansluit bij de leefwereld van leerlingen in groep 4 en 5. Zij vonden het sterk dat de les niet alleen ging over uitleggen wat cyberpesten is, maar dat leerlingen ook actief moesten nadenken over oplossingen. De scenario’s werden als passend beoordeeld, omdat leerlingen hierdoor konden oefenen met situaties die zij in hun eigen omgeving kunnen tegenkomen. Een aandachtspunt was om bij jonge leerlingen de situaties eenvoudig en concreet te houden, zodat alle leerlingen goed begrijpen wat er gebeurt en wat er van hen wordt gevraagd. Ook werd genoemd dat het belangrijk is om voldoende veiligheid in het gesprek te creëren, omdat sommige leerlingen mogelijk zelf ervaring hebben met pesten of online buitensluiten.

EU Badgr (Canvas Badges) certificaat

Nog niet verstrekt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *